Integer improviseren

Op 26 maart 2019 geef ik een gastles bij de Master Begeleidingskunde aan de Hogeschool Rotterdam. Ik werk met de vraag:

Wat vraagt het als begeleider om jezelf op het spel te zetten? Wat vraagt het van een groep om hetzelfde te doen? Welke voorwaarden gelden hier? En hoe maken we daarover afspraken als niemand precies weet wat er gebeurt als we ons gezamenlijk op het spel zetten?

Integer improviseren

Over schuld, systeem en schoonheid in begeleidingscontexten

“Jouw dans confronteert mij met de beperkingen van mijn lichaam.”
Het raakt me diep. Ik heb geen woorden. Sta op, ga op mijn knieën en maak een diepe buiging.

Wat vraagt het als begeleider om jezelf op het spel te zetten? Wat vraagt het van een groep om hetzelfde te doen? Welke voorwaarden gelden hier? En hoe maken we daarover afspraken als niemand precies weet wat er gebeurt als we ons gezamenlijk op het spel zetten?

Ik ben gefascineerd door het thema van jezelf op het spel zetten. Ik omschreef het eerder als moment dat je in de coulissen van het theater staat en dat je net voordat je op moet wordt overvallen door een sensatie die zegt: ‘ik moet het podium op, dit is wat ik te doen heb’. En tegelijkertijd zegt je hele lijf: ‘maar ik wil hier weg’. Een moment van totale tegenstrijdigheid die je in je lijf voelt. Deze momenten zijn voor mij gekoppeld aan verandering en transformatie. Wat je ook doet in deze momenten: het podium toch opgaan of juist beslissen weg te gaan, het heeft transformerende kracht. Het vraagt moedig handelen en integer improviseren. Het probleem echter is dat we in georganiseerde verbanden (en vaak ook in persoonlijke situaties) deze momenten zoveel mogelijk weg organiseren. Het is namelijk een moeilijk gebied om in te zijn. Het is ongelooflijk spannend en roept heftige emoties, ongemak en schuring op.

Lees verder in de bijlage.

 

Reacties