Reflectie op begeleidingsdag 14 december 2018

 

Woord vooraf over het delen ervaringen.

Voor mij maakt het veel verschil via welke media je ervaringen deelt. Of je iets aan iemand vertelt, iets aan een groep vertelt, iets voor jezelf schrijft, iets wat je geschreven hebt aan iemand laat lezen, iets wat je geschreven hebt voorleest, iets wat je geschreven hebt op het internet plaatst etc.

Ik heb de ‘tienpuntsreflectie’ gemaakt maar er in dit geval voor gekozen om deze niet via het internet met de hele groep (en potentieel de hele wereld) te delen. Dit omdat ik een aantal ervaringen als persoonlijk en kwetsbaar ervaar. Verder denk ik te weten dat de ‘ruwe beschrijving’ van deze ervaringen makkelijk verkeerd begrepen kan worden.

Daarom hieronder een meer concluderende tekst, en een paar citaten die in deze context bij me op kwamen.

 

 

Een spanning rond ‘de vorm’ in muzisch werken.

Naar mijn idee bestaat er een spanning rond ‘de vorm’ in muzisch werken. Enerzijds wil het muzisch werken gangbare vormen binnen een professionele context doorbreken. Anderzijds bestaat muzisch werken uit een eigen repertoire van vormen. 14 december bewogen we in een razend tempo van de éne vorm naar de ander.

Het doel van muzisch werken is niet de vorm. Het doel is een ervaring die binnen die vorm kan ontstaan. Een ervaring die een beweging op gang kan brengen.

 

Bart over zijn ‘Tristan moment’:

 

Tristan begint keurig volgende regels. (…) Maar gaandeweg maakt zich een nerveuze onrust van hem meester. Op een gegeven moment houdt hij het niet meer. Met een machtig gebaar veegt hij de stapel boeken van tafel.

 

 

Horkheimer & Adorno: Het burgerlijke type, de werknemer, de crimineel, de kunstenaar en de prostituee.

De duits-joodse filosofen Max Horkheimer en Theodor Adorno vluchtten in de jaren dertig van Duitsland naar de VS. Daar schreven zij ‘Dialectic of Enlightenment’ een kritiek op het verlichtingsdenken, fascisme en kapitalisme.

Aan het eind van dit boek staan een aantal verontrustende ‘Notes and Sketches’. Hieronder een paar fragmenten vanFrom a Theory of the Criminal’:

 

 

The human being in jail is the virtual image of the bourgeois type he has yet to make himself in reality. Those who fail to achieve this outside have it inflicted on them with terrible purity inside. The rationalization of prison life through the need to segregate the criminal from society, or even to improve him, does nor go to the root of the matter. Prisons are the image of the bourgeois working world thought through to the end, set up as an emblem in the world by the hatred of human beings for what they are forced to make themselves become.

 

(...)

 

The strength to stand out as an individual against one's environment and, at the same time, to make contact with it through the approved forms of intercourse and thereby to assert oneself within it – in criminals this strength was eroded. They represented a tendency deeply inherent in living things (…) the tendency to lose oneself in one's surroundings instead of actively engaging with them, the inclination to let oneself go, to lapse back into nature.

 

(…)

 

The yielding attitude to things without which art cannot exist is not so far removed from the clenched violence of the criminal. The inability to say No which causes the young girl to succumb to prostitution also tends to determine the career of the criminal.

 

 

De vorm, de gevangenis – bewonen en bewegen.

Voor mij resoneren de bovenstaande citaten met een aantal ervaringen tijdens onze bijeenkomsten. Deze ervaringen hebben van doen met de spanning die ik beleef rond 'de vorm', maar ook met de oplossing van deze spanning in het 'bewonen' (indwelling) en bewegen.

 

Ervaringen:

- Een aantal momenten van weerstand wanneer mensen werkvormen formuleerden.

- De noodzaak die ik voelde om deze tekst een andere vorm te geven dan de 'tienpuntenreflectie'.

De performance van Jeroen waarin hij (naar mijn interpretatie) steeds weer terugkeerde naar de gesloten houding van een kind dat alleen gelaten wil worden.

Een gesprek met Jeroen waarin hij mij vertelde dat hij een vorm nodig heeft om contact te maken.

Een gesprek met Robin over zijn werk in gevangenissen.

Een beschrijving die Peter gaf van de druk die hij kan ervaren als hij voor een groep professionals (bijv. politiemensen) hun probleem danst.

Een ervaring die ik had tijdens het dragend citaat dat Hanke voordroeg. Het vermogen van mijn lichaam om zowel hier en nu als elders te zijn; de haven van Londen in de koloniale tijd, een grote Arabische vrouw die mij omhelst, het weggetje naar het clubhuis van de padvinderij in Bilthoven (ik weet niet waarom), het staan van mijn lichaam, het voelen van spieren en botten, het grote lichaam van Jos naast mij.

Een gesprek met Hanke en Annemiek over de dodencel (Nick Cave) en het kamp bij Amersfoort (Etty Hillesum) en vervolgens over muzisch werken en veilige ruimtes.

Een tekst die Sietske voordroeg over de sensatie van ‘indwelling’ die zij kan hebben als zij door het landschap van Friesland fietst. Herkenbaar omdat ik zelf ook een fietser ben.

 

 

 

 

 

 

Reacties