Permeabele ruimte?

Dag Hanke,

Je schrijft me een mail met de vraag hoe het met mij en ook hoe het met m’n onderzoek gaat. ik ben heel benieuwd hoe je loopt/speelt/rent/vliegt/draaft :-), hopelijk ga je goed!!’. Je voelsprieten lijken ver te rijken, want in je vraag ligt verscholen hoe mijn dagelijks leven er op het moment uitziet. In die aaneenschakeling van volle momenten vind ik geen opening meer om bezig te zijn met het verwerken van mijn onderzoek. Eerlijk gezegd zoek ik niet eens naar momenten; ik stel uit, schuif voor me uit, wetend dat er een moment komt dat ik met volle kracht ook deze onderzoeksklus kan klaren.

Op het moment zit ik achter de computer onderzoeksverslagen te beoordelen van onze vierdejaars studenten docent Theater. Boeiende onderzoeken waarvan sommige nog niet voldoende beschreven of afgerond zijn, waardoor ze niet aan de eisen voldoen. Prachtige plannen van vurig gedreven studenten die net als ik praktijkgericht zijn en soms lijken te bezwijken onder de druk dat alles naast inhoud ook de goede vorm moet hebben, met APA verwijsregels en mooie lay-out. Ook zij klaarden de klus veelal met volle kracht.

En daar wringt een schoen.

Mijn ideaalbeeld is dat we studenten opleiden tot onderzoekende professionals. Docenten Theater die snappen hoe de onderzoek cyclus kan werken en hoe zij daarin functioneren. Docenten die snappen dat onderzoek vele vormen kent en dat je het vooral kan inzetten om het onderwijs voor je leerlingen boeiender, interessanter en dus betekenisvoller kan maken. Maar ook docenten die goed voor zichzelf zorgen en weten hoe ze onderzoek vaardigheden kunnen inzetten om zichzelf te professionaliseren.

Ik heb het afgelopen jaar geleerd hoe dat voor mij werkt. Dat ik me het beste kan professionaliseren vanuit ontspanning, vanuit nieuwsgierigheid en niet wetend waar te moeten en te willen eindigen.

Tot nu toe deed ik hetzelfde als mijn studenten. Ik wacht tot andere vakken afgerond zijn om me daarna vol overgave te storten op mijn onderzoek. Tenminste, dat was tot ik je mail kreeg, mijn idee. Blijkbaar is het voor mijn studenten en ook voor mij heel moeilijk om bezig te zijn met een onderzoek terwijl al het andere gaande is. Het verzamelt zich in hoofden, stapelt zich op, in de hoop dat ‘dat wat belangrijk is toch wel beklijft’ (briefwisseling Anouk-Brechtje, 2015)

Anderzijds helpt zo’n mail als je stuurde ook. Het geeft een zacht zetje in de richting waarin ik mijn collega’s concreet kan tonen wat ik binnen mijn onderzoek ontwikkel.

Het doet me denken aan het briefje dat ik schreef tijdens een werkvorm op de lectoraatsdag in augustus 2015 bij Anouk in de Kersenboomgaard. Ik schreef op mijn briefje ‘eindigheid’. De briefjes hingen we aan een boom, waarna we allemaal op een ander briefje een associatie zetten. De reactie op mijn ‘eindigheid’ was ‘In der beschränkung zeigt sich der meister’. Een zin die dit studiejaar meerdere malen door mijn hoofd zong en ik steeds meer begin te waarderen. Beperking in tijd en vorm levert vaak ook 'iets' op.

Wanneer we – praktijkonderzoekers van het lectoraat- elkaar ontmoeten tijdens een lectoraatsbijeenkomst of kring of maitlandsessie raak ik makkelijk in Flow. Stress valt snel van me af en ik heb minder behoefte aan controle. Dán kom ik tot nieuwe inzichten en neem ik de ruimte om ze uit te spreken en verwerken. Kijkend naar de matrix van Flow (Csikszentmihalyi, TEDtalk 2004) vraag ik me af wat er tijdens mijn dagelijks leven gebeurt waardoor ik vaak niet tot makend onderzoeken kom. In mijn begeleiding aan studenten werk ik steeds vaker muzisch, ik zie het effect ook bij studenten: een enorme winst ten opzichte van vorig jaar. 

En terwijl ik de beoordelingen type van student nummer 4, met jouw vraag en mail in mijn achterhoofd, valt mijn blik op de ruimte links naast het bureau, waar het antwoord op die vraag lijkt te liggen (zie foto in de header)

 In reactie op Barts artikel Het gesprek als Theater (Tijdschrift voor begeleidingskunde, 2015) schreef Heidi Muijen over de permeabele ruimte en hoe belangrijk deze is bij muzische professionalisering. In reactie daarop maakte ik van ijzerdraad permeabele ruimtes, en ook eentje van touw. Ik stelde me dit voor als een wat ronde ruimte, open aan alle kanten om erin en eruit te stappen, met veel verbindingen en vertakkingen. Een ruimte waarin er plaats is voor gevoel, ratio, impuls, improvisatie en falen.

Heb ik nou mijn eigen permeabele ruimte letterlijk in de kiem gesmoord?

In alle eerlijkheid:

In de permeabele ruimte die muzische professionalisering creëert is vaak ruimte voor flow (ook te lezen in vele reflecties op musework.nl). Die flow vind ik écht lastig om toe te laten in de hectiek van alledag.

In het denken over mijn praktijkonderzoek blijf ik vaak steken bij de hobbel dat het onderzoek meer analytisch, systematischer en planmatiger zou moeten zijn. Daar schreef ik je eerder over. 

Gelukkig besef ik meer en meer dat ons gezamenlijk onderzoek met het lectoraat ook en misschien vooral gaat over het rijker, in de volle breedte ontwikkeld worden als mens van docenten en begeleiders. Dat is per definitie een zoektocht die niet te meten is, die er gewoon mag zijn en blijkbaar door de zoektocht openbaar te maken al waarde in zich heeft.

En misschien schrijf ik bovenstaande alinea nog het meest om mezelf te overtuigen

Ik lees de reactie van Heidi Muijen nog eens door en de laatste zin raakt me

‘Daarom zie ik het meer als noodzaak dan als luxe een muzische begeleidingskunst te ontwikkelen. Er is blijvende aandacht nodig voor levenskunst, voor fysieke en relationele vormaspecten en voor de organisatiecontext.’

Dank voor je mail, het hielp de drempel te verlagen

 Groeten van Brechtje

Reacties

  • Hanke Drop

    Hoi Brechtje,
    Ja, jouw mooie begrip permeabele ruimte. Die lijkt in zichzelf een beetje in tegenspraak te zijn. Een ruimte, die doordringbaar is. Als je het zo schetst met touw en ijzerdraad, dan valt er wel iets te overwinnen, aan de kant te duwen om te kunnen doordringen, al zijn het maar kleine weerbarstigheidjes. Ik ken dat begrip 'permeabel' vnl van de fysiologie van osmose. waarbij grotere eiwitdelen met een carrier-systeem door een semipermeabele wand kunnen doordringen.
    misschien kleven de touwtjes en ijzerdraden enigszins samen in tijden van hectiek, waardoor jouw ruimte misschien niet in de kiem gesmoord wordt, maar wel semipermeabel wordt? dat levert dan dus wat schuren, doorwrikken op, en misschien behoefte aan drempelverlagers. Graag gedaan :-)
    Erg mooi, je aangehaalde zinnetje over blijvende aandacht voor levenskunst. En het menselijke.
    Daar ben jij, in de permeabele ruimte én in tijden van semipermeabiliteit van die ruimte, volop mee bezig!

    Veel plezier, en tot gauw! Spreken we ergens de komende weken af? Ik zie er graag naar uit.
    Veel groeten van Hanke

  • Anke Tijtsma

    Mooie uitwisseling Brechtje en Hanke. Vooral deze zin inspireert mij in mijn onderzoek naar inzetbaarheid van het 'muzische' in saaie vergaderingen. Mist daar te vaak het 'menselijke'?
    " .... stelde me dit voor als een wat ronde ruimte, open aan alle kanten om erin en eruit te stappen, met veel verbindingen en vertakkingen. Een ruimte waarin er plaats is voor gevoel, ratio, impuls, improvisatie en falen."
    Zo'n permeabele ruimte is misschien ook wel heel nuttig om de kunst van het vergaderen beter onder de knie te krijgen. Nu lijken we in een vergaderruimte vooral cognitie in te zetten. 'Zetten' we onszelf daarmee 'aan' of juist uit? Ik ga ook Csikszentmihalyi er weer even bijpakken. Thanks voor de inspiratie, Anke