8- stilte en spreken

Is deel van: Werken met Wendingen

Zullen we een paar minuten spelen met de stiltes tussen de zinnen?

De gespreksdeelnemers buitelen met hun bijdragen bijna over elkaar heen. Iemand is nog niet uitgesproken of de volgende neemt alweer het woord: "wat ik daar nog aan wil toevoegen, is..." en "oh ja! Dat vind ik ook heel belangrijk!" En "ja, je zegt dit nou wel, maar eigenlijk is dit...". En zo haken alle bijdragen als zwaluwstaarten in elkaar. Er wordt heel veel gesproken en er is geen moment om iets even te laten landen. Als dit aan de hand is, dan kun je de wending overwegen om te vragen of we heel even zullen spelen met de stiltes tússen de zinnen... Dan zal iedereen herkennen dat de ruimte best een beetje is dichtgeslibd.
Dat is ook het moment om op te merken: "oude monniken hadden een gebruik dat kapittelen heette, waarin er net zo lang stilte was als dat er gesproken werd". Dan kijkt iedereen je even vreemd aan, maar vervolgens beseft men onmiddellijk dat dat een heel waardevol gebruik zou kunnen zijn om het gesprek te vertragen en nog eens even heel goed te luisteren naar wat er eigenlijk wordt gezegd. En bovendien om zelf na te kunnen denken over de vraag: "wat ga ik eigenlijk zeggen?" Want als je een minuut spreektijd hebt en er valt daarna een stilte van een minuut, dan wil je niet dat dat een ijzingwekkende stilte wordt, maar een bedachtzame, of een vredige. Dus de vraag stellen "zullen we even spelen met de stiltes tussen de zinnen?" als het een kakofonie vanjewelste is, dat raakt altijd iets. Met elkaar kun je besluiten hoe je het zult doen en hoelang. Het is fijn wanneer iedereen samen instapt.

De muze die hiermee in verband te brengen is, is Urania, de hemelse. In de stilte klinkt als vanzelf iets op van andere sferen. Er komt ruimte. Er komt afstand. Het gesprek gaat aanvoelen alsof het in een grotere, veel grotere ruimte zich afspeelt dan tot dan toe het geval was. Die stilte, de adem van Urania, begint door het gesprek heen te stromen.

"Dat laat zich vergelijken met de werking van een Generaal Pauze (GP) in een muziekstuk. Dat is het moment dat er even niemand speelt. Het is geheel stil. Er gebeurt dus niks. Maar die stilte, dat niks, heeft een oorverdovend effect op het hele stuk. Ineens draait alles om die stilte. De omliggende muziek verhoudt zich tot die stilte. Zo werkt elke muzische interventie. Dat wat er voor en na komt wordt opgetild. Het geheel krijgt een muzisch karakter."

- van Rosmalen (2016)

Lees hier verder in het boek Muzische Professionalisering.

 

Reacties