Dragend citaat uit "Denken over Liefde" van Hanne de Jaegher

Mijn dragend citaat komt uit een boekje dat in 2018 is verschenen: "Denken over Liefde" dat als ondertitel heeft "hoeft geen schrik aan te jagen." Om die ondertitel te kunnen begrijpen moet je het eigenlijk gewoon helemaal lezen. Sowieso is dat een aanrader!

Hanne de Jaegher, de schrijver van het boekje, werkt in haar publicaties voort op twee heel belangrijke begrippen van Merleau-Ponty: intersubjectiviteit en intercorporaliteit. Als je het citaat leest begrijp je hoe De Jaegher deze twee begrippen uitlegt, en wat ze betekenen voor de manier waarop we naar de belichaamde relatie tussen ik en de Ander en naar de samenleving kunnen kijken.
In dit boek verkent ze het gedachte-experiment dat denken, kennen en liefhebben heel dichtbij elkaar liggen. Alle drie zijn het geëngageerde relaties vol spanningen. Daarbij gaat het om de spanningen die in elke relatie aanwezig zijn, in romantische relaties, maar ook in andere. Je verhoudt je tot de anderen en tot jezelf. En je verhoudt je ook tot de verhouding zelf.

[..] "de intelligentie en het gedrag die de cognitiewetenschappen in het algemeen onderzoeken [zijn] onverbonden, zoals ik eerder al zei. We doen alsof kennen losstaat van onze levensbehoeften, en van de identiteiten die we in stand houden. Waarmee ik niet wil zeggen dat we dat niet ook kunnen. Mensen - en sommige dieren - zijn zeker in staat om abstract te denken. Als filosoof houd ik erg veel van het conceptuele spel met gedachten. Maar de basis van dat abstracte denken moeten we zoeken in de intrinsieke levensimpuls, die Spinoza de conatus noemde. Dat is wat ons drijft om de interacties aan te gaan die voor ons van belang zijn. Die interacties zijn specifiek, contextgebonden, gebeuren in en door hoe we met ons concrete lijf contact maken met de concrete wereld, en vinden plaats in het hier en nu. Ook het abstracte denken heeft zijn wortels hier.

Pleidooi voor samen denken

Uiteindelijk maakt dit van het denken, het kennen, en het liefhebben dus iets wat we van iedereen kunnen en moeten respecteren. Dat doen we wanneer we het specifieke aannemen van elkaar en van onze interacties zoals die zich in elke situatie en op elk moment ontwikkelen. Wanneer we de basisstructuur van de ontmoeting, van het engagement van kennen en liefhebben - namelijk de intrinsieke spanning in laten-zijn - begrijpen. 
Het gaat erom om iedereen te laten deelnemen, iedereen in haar of zijn waarde latend. In Noord-Amerika gaat dat om manieren om First Nations People te laten deelnemen aan politiek, ook al spreken ze op een heel andere manier over "the land" dan regeringen (of spreken ze zelfs misschien niet). 
Dichter bij huis gaat het erom vluchtelingen te horen, te zien en met hen in dialoog te gaan. Het vinden van een gemeenschappelijke taal, een manier van spreken met elkaar, manieren van luisteren, zijn de eerste uitdagingen. 
Ik houd dus eigenlijk een pleidooi voor een democratisering van denken, kennen, en liefhebben waarvan ik hoop dat iedereen ze begrijpt. En dat ze iedereen kan helpen elkaar (beter) te begrijpen. 
Wat zou het vergen om de interactie tussen broer en zus op de familiebijeenkomst te veranderen? Je raadt het al: een laten-zijn van elkaar. Dat betekent: elkaar ontmoeten op zo'n manier dat aan ieders eigenheid recht gedaan wordt. Dat gebeurt niet in een keer. Een belangrijk element van relaties (in liefhebben en in kennen) is dat ze tijd vergen. Een gesprek aangaan waarin mensen elkaar laten zijn vergt niet alleen tijd, maar is ook dynamisch. Er gebeurt van alles door verandering-in-de-tijd. Te weten komen wat een ander denkt, vraagt dat we hem of haar horen, en daarbij misschien onze opinie een tijd opschorten. 
Als dit geen dynamisch proces zou zijn, zou het onmogelijk zijn. Wij kunnen elkaar namelijk alleen maar waarnemen vanuit een bepaald perspectief. Maar zo'n perspectief staat niet voor altijd vast. Wat we kunnen doen, is gaatjes prikken in bepalingen van elkaar, openingen creëren waardoor we dieper en scherper kunnen kijken, luisteren en participeren. Misschien zelfs (opnieuw) spelen met elkaar.

Kennen en liefhebben
Tot slot kom ik terug op het uitgangspunt van dit boek. Want wil ik nu echt letterlijk zeggen dat kennen hetzelfde is als liefhebben?
De denkoefening bestond erin de basis van wat kennen is opnieuw te onderzoeken. Er ontbreekt namelijk iets in hoe we kennen tot nu toe veelal begrepen hebben, namelijk het humane. Om dit menselijke (het niet-computationele, niet-mechanistische) in ons denken te vatten en te definiëren, ben ik op zoek gegaan naar de basis van hoe we als levende wezens de wereld begrijpen. En kwam uit bij hoe we, vanuit ons lijfelijke en [in een omgeving] gesitueerde zijn, een verbinding maken met het concrete zijn van de ander. Deze specifieke relatie verandert ons beider zijn. Dát is wat kennen en liefhebben gemeen hebben. 
Kennen, begrepen als liefhebben, gaat erom het gekende niet te over-determineren, noch te onder-determineren, zodanig dat het zichzelf blijft, terwijl we het tegelijk vanuit een bepaald perspectief benaderen. Daarmee mede-bepalen we het onomkeerbaar. De bij laat de bloem zijn bij het nectar drinken. Tegelijk neemt ze deel aan de levensloop van de plant in haar ecologie. Ze veranderen elkaar, in het elkaar laten-zijn. 
Op grond van de basale gelijkenis tussen liefhebben en kennen kunnen we later de verschillen tussen kennen en liefhebben - weer opbouwen. Maar dat is voor een volgend verhaal. Hier wilde ik de mogelijkheid op tafel leggen om kennen op een menselijke, levendige manier te begrijpen. Daarvoor moest ik doordringen tot het engagement waarin kennen bestaat. 
Dit leidt tot een laatste, lastige vraag. Als het waar is dat kennen in de grond liefhebben is, moeten we dan hetgeen we willen kennen liefhebben? Moeten we het kwade liefhebben om het te kennen? Of, concreter, die dingen waar we het niet mee eens zijn, de dingen die we willen veranderen?
Ja. Als we iets willen begrijpen, vraagt dat van ons dat we het echt ontmoeten. Dat we erin doordringen. Onverschrokken. Dat wil niet zeggen dat we het moeten goedkeuren of aanvaarden. Om het te begrijpen, zeker als we beter willen weten hoe ermee om te gaan en het bijvoorbeeld willen bestrijden of veranderen, moeten we het minstens onderkennen, en het dan door en door leren kennen. 
Dat wil zeggen dat we onszelf in staat moeten stellen om er zelf ook door veranderd te worden. Om veranderd uit ons kennen ervan te komen, door ons zijn aan het zijn van de ander, van de wereld te verbinden. Alleen dan kunnen we ongewenste dingen veranderen of overwinnen. Dat is waaruit onze hoogste menselijke kennis en capaciteit bestaan. Laten-zijn, kennen als liefhebben, is een doordringend, maar niet dwingend kennen.
Van het versnijden van een stuk stof om het opnieuw in elkaar te zetten als een rok die perfect valt, tot de manier waarop Marx het kapitalistische systeem wist te begrijpen door er zo diep in door te dringen tot hij het kon bewonderen, hoezeer hij er ook tegen vocht, moeten we tot het wezen van de dingen doordringen om er goed mee om te kunnen gaan. 
Alleen dan kennen we ze." 

 

Reacties