• Onderzoek

Bedoeling en opgave WzLH

De context waarin HKU zich begeeft kenmerkt zich door snelle dynamische bewegingen, onderlinge verbondenheid van verrassende componenten, en (dus) een focus op wat van waarde is. Aandacht voor de wijze van leren als kunstorganisatie is een logisch gevolg: aandacht voor de (zelf-)lerende hogeschool. Om als kunstorganisatie te opereren en overleven in zo’n context is een continue afstemming van de eigen robuustheid met het adaptief vermogen noodzakelijk.
onderzoek (zelf-)lerende hogeschool.

De bedoeling van de zelflerende hogeschool is dan ook om de organisatie zelf te laten zoeken naar een nieuw evenwicht, steeds weer nadat het even verstoord is door de contextfactoren.  

De opgave die daarbij past is te onderzoeken hoe we ons ontwikkelen in een dynamische omgeving. We zoeken naar antwoorden op vragen als: Hoe vinden we de balans tussen robuustheid (trouw blijven aan je visie) en aanpassing (aan de complexe omgeving)? Welke condities zijn daarbij belangrijk? Waar gebeurt dat ‘als vanzelf’? En wat kunnen we daar op andere plekken in de organisatie van leren?

Het doel van deze onderzoeksvragen is een beweging op gang te brengen waardoor de organisatie zichzelf laat groeien in volwassenheid door steeds weer te zoeken naar een evenwicht in robuustheid versus flexibiliteit, het evenwicht te laten verstoren door de dynamiek van de context en weer te zoeken naar evenwicht. De focus op dit doel maakt organisatieontwikkeling mogelijk, zonder te streven naar een eindtoestand.

Om onzichtbare verbindingen tussen de ontwikkelingen in diverse onderzoeken rondom deze opgave te expliciteren en te kunnen benutten richten we een werkplaats (zelf-)lerende hogeschool in. De werkwijze waarop we aan de opgave werken kenmerkt zich in een drietal aspecten, de fundamenten van de werkplaats.

Bij een interessante onderzoekssituatie stellen we vijf vragen. Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen kijken we steeds vanuit drie perspectieven: Het is goed voor het vak (excellentie). Het doet goed voor de omgeving (ethisch). En het voelt goed voor jou als mens (energie).

  1. In welke context bevindt deze situatie zich?
  2. Wat is de bedoeling van deze situatie?
  3. Voor welke opgave staat deze situatie?
  4. Wat is het doel van deze opgave?
  5. Hoe leren en werken we hier (of hoe gaan we hier leren en hieraan werken)? Oftewel: op welke manier geven we deze situatie meerwaarde?

Het onderzoek is een vorm van actie-onderzoek. We verkiezen een groep die onderzoekend werkt boven een autonoom onderzoeker. We verkiezen al doende onderzoeken boven beschouwen. We verkiezen integratie (van onderzoeken en uitvoering, van leren-maken-onderzoeken, en ook van is goed-doet goed-voelt goed) boven analyse.