werken aan een gaandeweg groeiend besef 30/3/2018

Hoe krijg ik het zo stil dat ik beschouwen kan?

 

Over het muzische onderzoek zwerven er in mijn gedachten de afgelopen dagen veel onaffe losse draadjes rond. Zoals dat is met losse draadjes wachten zij op het moment ‘toe te kunnen vallen’. Wachtend op een gepast moment waarin zij aanvullen wat aanvulling behoeft. Van bewust ervoor gaan zitten worden ze vaak verlegen en durven zij zich niet te laten zien. Hoe ga ik hier toch mee verder? Ik besluit hiervoor wat tijd te nemen.

 

De laatste dagen zijn er veel momenten geweest waarop juist het muzische in werkcontact haar waarde bewees. Ik zou het fijn vinden hierover te schrijven. Ik zou de momenten willen terugzoeken en welke rol het muzische hierin speelde.

 

Allereerst merk ik op dat er zich tijdens de werkplaats muzisch onderzoek bij mij een verandering voltrokken heeft. Ik begon mijn deelname aan de werkplaats gedreven vanuit het afronden van de master begeleidingskunde met de vraag ‘hoe heeft in mijn thesis het werken met beelden en verbeelden een rol gespeeld’, maar ook ‘hoe kan deze meer zichtbaar/hoorbaar worden?’. Ik meende dat dit een relevante vraag was die nadere beschrijving verdiende. Ik heb gedurende een begeleidingskundig handelingsonderzoek beeldend en met beelden gewerkt maar de rol daarvan eerder beschreven in procesresultaat dan in een dynamiek in de al of niet gezamenlijke beleving en van beelden naar gedeelde taal.

 

Gaandeweg kon ik de schoolse drive die nog gericht was op resultaat en afronding, maar ook op beoordeling en goedkeuring wat achterwege laten. Dit betekende een verschuiving van muzisch doen om het doen, naar observeren waar ik muzisch werken al inzet in contact en de dynamiek van die werkzaamheid nauwer waarneem en tracht te omschrijven.

 

In de werkplaats muzisch onderzoek heb ik kunnen experimenteren. Ook stelde de werkplaats en de gezamenlijke interesse mij in staat mijn vragen te verdiepen. Mijn houding is veranderd van nog sterk gedreven naar het eindresultaat van een handelingsonderzoek en masterstudie naar meer gericht op het gebied van de fascinatie. Beeldend werken leidt tot verassingen en aanvullingen in contact. Wat zijn de kenmerken hiervan, wat gebeurd er door het beeldende dat er anders niet gebeurd zou zijn? Maar ook welke condities heeft dit nodig om gezien en gewaardeerd te worden.

 

Ik ben onder de indruk van de gevoelsmatige precisie die met beeldend reflecteren bereikt kan worden. Ik merk dat ik door beeldend associëren (welk plaatje komt hier bij mij op, of vind ik hierbij?) een grove richting van de betekenis kan uitvinden waarmee ik in dialoog kan gaan en waar ik met een volgend beeld of reactie in taal op kan nuanceren. Deze wijze van werken is niet alleen vertragen, maar ook houvast vinden waar normaalgesproken moeilijk houvast te vinden is. Het kan deze stappen die mogelijk anders vluchtig gebeuren tastbaar vastleggen.

 

Ik ben ook onder de indruk dat de invalshoek middels beeldend werken breder is en minder enkel vanuit een probleemperspectief waarin een vraag opkomt. Dit geeft aanknopingspunten voor een gewaargeworden knelpunt maar met veel bredere samenhangen.

 

Fenomenologisch schrijven is hierbij een groot hulpmiddel. Met tekst het gewetene en gevondene vastleggen en vervolgens bij herlezen deze tekst aanvullen met aanvullende invallen. Deze aanvullen en tussenvoegen zodat telkens nieuwe elementen bouwen aan het compleet maken van een ervaring.

 

De werkwijze over langere tijd aan een vraagstuk te werken is een strategische aanpak waarin de tijdsdruk van het op een moment alles helder te willen krijgen wordt omzeild. Het beeld zowel als de tekst laat zich creëren, maar ook wegleggen om even uit het zicht of uit gedachten te zijn. In de tussentijd kunnen andere perspectieven bewust of onbewust getoetst worden en kan op later moment ook weer tevoorschijn worden gehaald. Het moment is opgebroken en laat zich op latere momenten aanvullen en completeren. Werken als een gaandeweg groeiend besef.

Reacties