Een piepklein radertje

Sinds het uitbreken van ‘de coronacrisis’ vraag ik mij af wat ik eigenlijk toevoeg, op mijn werk, in de maatschappij. Mijn broer werkt als huisarts in de frontlinie, docenten doen hun uiterste best om voor de studenten het onderwijs zo goed mogelijk door te laten lopen, collega-adviseurs van informatisering helpen ons allemaal om online ons werk te kunnen blijven doen. En wat doe ik dan, als onderzoeker, als burger, als vriendin, als dochter?

Tja, wat doe ik? Ik kan beter niet bij mijn ouders op bezoek gaan, ze horen tot de risicogroep, ze zijn 87 jaar en mijn moeder is herstellende van een longontsteking (geen corona). Ik ben onderzoeker, ik probeer samen met collega’s die workshops en onderwijs geven te onderbouwen wat we doen. Ons ‘vakgebied’, Futures Literacy (toekomstgeletterdheid), een vaardigheid om creatief en veerkrachtig om te kunnen gaan met complexiteit en met het onverwachte, is in één klap meer urgent en nodig dan ooit.

Ik voel me maar een piepklein radertje in het geheel. Doe ik wel genoeg? Doe ik de goede dingen? Wat is de waarde van onderzoek in deze tijd? Ik gebruik mijn tijd om mijn collega’s te helpen onze vragen duidelijker te krijgen, te bedenken hoe we gaan uitzoeken hoe onze workshops werken, wat het met de mensen doet die ze volgen. En mijn collega’s zijn er blij mee. Ze komen er zelf niet aan toe, maar ze vinden het fijn om hun belangrijke werk beter te kunnen verwoorden, te onderbouwen en te kunnen verbeteren. Ze vinden het fijn als ik bij hun nieuwe online-workshop volgende week meekijk en meeschrijf, zodat we er later beter op kunnen reflecteren.

Ik bel mijn ouders elke dag, af en toe via de video van Whatsapp om elkaar ook weer even aan te kunnen kijken (wat ben ik nu blij dat mijn vader zo veel moeite heeft gedaan om zich de smartphone eigen te maken!). Ik bel familie, vrienden, buren en collega’s om in verbinding te blijven met elkaar.

Dat is wat ik nu doe, doorwerken aan mijn onderzoek en in contact blijven met mensen die me dierbaar zijn. Het doet me denken aan het Bach 333-project, waarbij ik een van de 333 strijkers was die een deel van het 3e Brandenburgs concert speelden. Daar was ik ook een piepklein radertje. Zonder mij had het ook wel geklonken. Maar alle kleine radertjes samen zorgden dat het geheel indrukwekkend werd. Daar hou ik me nu maar aan vast.

Reacties

  • Hanke Drop

    Mooi, Petra, en herkenbaar...