27- waarnemen

Is deel van: Werken met Wendingen

wat hoor je, wat zie je en wat roept het op?

Voorlopige tekst:

De laatste wending, die even goed de eerste had kunnen zijn, doet een direct beroep op de zintuigen. Denk in het gesprek niet alleen na. Luister niet alleen naar wat er gezegd wordt en of je dat begrijpt maar luister naar wat je hoort. Dus wat zijn precies de woorden die je hoort of en kijk naar wat je ziet wat is het dat je ziet en als we iets in jou wordt opgeroepen door wat er wordt gezegd, wat wordt er dan opgeroepen of wat is dat gevoel dat opgeroepen wordt. Dat ligt op het grensvlak van de zintuigen. Hoe zit je? Hoe ziet de kamer er uit? Hoe is de spreker gekleed wat valt je op dus wat spreekt tot jouw via de zintuigen, tot het oor wat hoor je allemaal nog meer, of tot het oog wat zie je precies en zie je ook de schaduwen? Ruik je dingen? Voel je dingen? Hoe zit je in je stoel? Voelen je voeten de vloer nog? enzovoort. Door dat te doen ontstaat er een sterke 'sense of the here and now'. Het brengt je in het nu van het moment. Dat betekent dat je aanwezig bent dat je niet over de dingen zit na te denken maar dat je bent bij wat er gezegd en gedaan wordt en van daaruit komt vaak vanzelf de juiste reactie. Daar is een overmaat aan denken eigenlijk helemaal niet voor nodig. Dat heel erg naar dat nu bewegen en zintuigelijkheid daarvan, is de wending om er helemaal te zijn. Euterpe is de muze, met een alzijdig oor van de muziek, maar ook van het beeld alzijdig oog en alzijdig tast, alzijdige neus, zintuigen die helemaal op scherp staan.

Euterpe- (de verblijdende) is de muze van de muziek. Van het fluitspel. Ze wordt vaak afgebeeld met twee fluiten die ze tegelijk bespeeld. Ze doet ook aan het ‘bezingen’ dat ze allemaal doen maar nu zonder te zingen of te schrijven. Maar dus door muziek te laten klinken. En wat dat teweeg brengt, de wending die hieruit opspringt is dus dat verblijdende. Prachtig woord: blij. Als ik ’s ochtends het station in Utrecht uitloop in Utrecht en er wordt accordeon gespeeld. Ik moet denken aan een oud radioprogramma dat onder de naam arbeidsvitaminen opmonterende muziek uitzond. Zo werkt dat dus: muziek J.

Uit Muzische Professionalisering.

Het is de rol van de muzen om de heldendaden van de Goden te bezingen. Dat maakt ze tot zoiets als de eerste toeschouwers. Daar staan ze dan, dat denk ik me in, klaar voor hun eerste bijdrage. Wat gebeurt er dan precies? Ze zijn ontvankelijk voor het spel van de Goden. Het raakt ze. Het speelt zich, als we wat langer kijken, in hen af.

-v. Rosmalen (2016)

Ontvankelijk zijn, ontvangen, luisteren is van groot belang voor het maken van een muzische wending. Lees hier verder in het boek 'Muzische Professionalisering'.

Reacties