De wereld heeft het hart nodig

Is deel van: Ten geleide

De wereld heeft het hart nodig

Dit artikel is mijn reactie op ‘Vormen van beschaving’ - een kort artikel dat Bart van Rosmalen schreef. Het lezen van zijn tekst raakt mij - het roept mij aan. 

Hoe kan ik volledig menszijn en aanwezig zijn in alle aspecten van het leven, ook de stukken waar ik misschien in eerste instantie niet voor heb gekozen? Hoe kan de omarming van ook die aspecten van het leven bijdragen aan een vorm van beschaving?

Voor mij is de plek van beschaving het zijn van een volledig mens. Volledig menszijn, allesomvattend, compleet. Dat is niet gemakkelijk. Dat is levenskunst. Sommige stukken in het zelf of in de ander ontmoet je liever niet; een incompleet beeld kan geruststellender zijn. Of een terugtrekkende beweging maken als iets je van de ander niet zint, is ook eenvoudiger dan te blijven uitreiken. Beelden of situaties mijden of negeren kan een uitstekende strategie zijn. Maar het zingt je los van het menszijn, van jouw menszijn.

Verbinding zoeken, aangaan en in verbinding blijven, dat vraagt wat van je vermogen. Een volledig mens ben je niet door ongemak, schaduw, pijn, onzekerheid en weerstand te vermijden of zo te werken of handelen dat je het zo min mogelijk tegenkomt in jezelf of in de wereld. Een volledig mens ben je door ook dit - juist dit - toe te laten, aan te nemen, te doorvoelen en te zijn. Het opent een nieuwe laag in jezelf die dieper in je ligt; de laag van bezieling waar ook de creatiekracht en de intuïtie huist. Als wij hier (zelf) niet aanwezig zijn, als wij hier het niet kunnen uithouden, hier ons niet kunnen vormen, niet vanuit hier geven en ontvangen, als wij niet volledig mens kunnen of durven zijn, hoe herkennen wij dit dan buiten ons? En hoe weten we dan wat er nodig is, wat ons te doen staat, als we het onszelf niet kunnen schenken? We hebben werk te doen! De bezieling en creatiekracht te laten spreken in onszelf, aan te spreken in onszelf en vanuit daar een authentieker, liefdevoller, bezielder mens te zijn dat aanwezig is in het leven, in verbinding is met alle lagen in zichzelf en dit daarmee aan anderen kan schenken en andere mensen werkelijk kan ontmoeten, als heel mens, inclusief de schaduwkant.

Kantelpunt

Jaren geleden heb ikzelf een keer ervaren dat ik na een heftige periode in mijn leven weer voor het eerst naar mijn werk ging en ik in de bus terug begon ik, overspoeld door wat de dag met mij had gedaan, te huilen. In een overvolle bus stroomden de tranen over mijn wangen, stille tranen waren het, maar ze werden opgemerkt. Om mij heen ontstond er beweging. De vrouw naast mij ging wiebelen in haar stoel. De vrouw naast het tussenpad leek meer in haar boek te duiken, de man naast haar draaide zijn hoofd en keek vervolgens onafgebroken naar buiten. Je voelt wel aan in hoe ik de scene beschrijf hoe ongemakkelijk de mensen waren die binnen een straal van een meter bij mij in de buurt waren. Ik werd niet gezien in wat er te zien was. Ik werd er niet in ontmoet. Mogelijk omdat ze dachten dan moet ik misschien iets doen, dan moet ik haar stutten of haar vasthouden, maar ik ken deze vrouw niet… Dan moet ik een verhaal aanhoren en ik weet niet of ik dat wil en wat moet ik dan zeggen?

Dit moment is een van de kantelmomenten geweest in mijn verhouding tot de donkerte die het leven ook in zich draagt. Ik ervoer welke eenzaamheid het oplevert om daarin niet ontmoet te worden en ik besloot dat ik het anders wilde gaan doen. Ik ken het goed om te leven en werken vanuit schoonheid, de lichtheid en het plezier. Er is een fascinatie in mij geopend om naast deze waarden, juist ook de onontkoombare ervaringen waar je in eerste instantie niet voor zou kiezen, te omarmen. Om waardes en wijsheid die daarin leven ook te erkennen en inzichtelijk te maken. Ik stel me open voor haar lessen en deel deze manier van kijken ook met anderen.

De Verbeelding Spreekt

Een van de manieren waarop ik dit doe is door de performance ‘De Verbeelding spreekt.’ Toen ik dit schreef dacht ik terug aan de performance die Peter Rombouts en ik begin dit jaar brachten in de Woudkapel in Bilthoven. Op deze plek exposeerde ik met een serie nieuwe werken, See the Unseen. We werden hier ook uitgenodigd om onze gezamenlijke performance De Verbeelding Spreekt te tonen met publiek wat voor het eerst sinds lange tijd weer mogelijk was. Peter en ik ontmoetten elkaar in 2015 toen we een avond als lectoraat met elkaar werkten op De Baak in Driebergen. In dat jaar deed ik onderzoek naar hoe we het veld van de kunsten betreden als groter beeld, dan het stille schilderij? Wat als je het opstelt zoals er in systemisch werk gebeurt? Kun je een schilderij representeren zodat je het vragen kunt stellen? Kun je een kunstwerk belichamen? Welke wijsheid en kennis komt er dan vrij, wordt er zichtbaar en inzichtelijk gemaakt? Op dit moment van mijn onderzoek ontmoette ik Peter die met een vergelijkbare nieuwsgierigheid werkte alleen met als vertrekpunt vragen, kwesties en complexiteit binnen het bedrijfsleven. Hij vroeg zich af wat er gebeurt als je dit leven inblaast via de dans. Welke nieuwe lagen kom je dan tegen? We groeiden afgelopen jaren in een ontmoeting wat heeft geresulteerd in De Verbeelding Spreekt wat een performance is wat als een drieluik plaatsvindt. We tonen een schilderij, we belichamen het gezamenlijk via een geïmproviseerde beweging of dans en vertellen vanuit de ervaring wat er aan kennis en sensaties tot ons kwam. Het is belangrijk dat we dit gezamenlijk doen omdat er een dynamiek laat zien die verschillende perspectieven toont binnen deze zelfde bron. De performance is gefilmd en deze heb ik vanuit de derde persoon beschreven:

Zij gaat staan. Alsof ze voorzichtig met haar voeten de grond aftast, zo zoekt ze haar plek met haar handen op haar rug, hoofd neerwaarts. Deze handen liggen niet ontspannen te rusten op haar onderrug. Nee. Er zit een kramp in, alsof ze geboeid is. Het beneemt haar de adem, het zet alles vast. Voorzichtig en langzaam komt hij aanlopen. Zonder dat zij hem bewust opmerkt schieten haar handen los. Ze wiebelen naast haar starre lichaam, als twee schommeltjes die na bewegen nadat iemand eraf is gesprongen. Ze ziet hem niet maar voelt in haar rug dat hij vlakbij is en ze leunt in op hem door naar achter te hangen. Hij stopt en laat haar leunen. Heel even is hij haar ruggensteun. Er is warmte. Dan draait hij weg en komt zij los en schiet ze in een zware moeizame trilling, een bibbering wat voelt als een trauma; het houdt haar vast, ze hangt erin vast. Er zijn koorden die zijn onzichtbaar alleen zij voelt ze en ze houden haar in haar greep. Ondragelijk is het. Onmenselijk zwaar. Elke spier moet dragen, elk ledemaat moet dienen, al het zelf is weg, in bezit genomen door deze loodzware energie. Een zwaar lot. Ze is zonder hoop.

Hij loopt onder haar arm door en reikt ook zijn arm uit naar dezelfde plek waar haar arm hangt. Dan ontmoeten de blikken elkaar. In deze uitwisseling van de ogen, van elkaar aankijken wordt er iets gezien. Ze wordt ontmoet in haar lijden, in haar trauma. Ze is gezien. Dit is belangrijk. Fysiek verandert haar staat van zijn. Ze kan met haar lichaam ietsje losser komen, ze kan iets uit de zware energie losbreken. Zij is bijna even in ongeloof, ze kan loskomen van de plek en naar een andere houding draaien. Het vraagt veel van haar, heeft haar ogen gesloten en ze zucht. Alle concentratie heeft ze nodig voor zichzelf. Hij lijkt ook nog bezig met haar. Beweegt met zijn armen om haar heen, alsof hij haar wil stutten. Alleen nog steeds voelt ze zich alleen op de wereld. Maar… ze kan haar lichaam weer bewegen en zet heel voorzichtig een pas. Het voelt alsof ze opnieuw leert lopen. Ze voelt zelfbeschikking; ze doet het zelf, ze kan het zelf. Dat ontmoet ze hem weer. Armen ontmoeten een ruimte waarin even iets lijkt samen te vallen, zonder dat de blikken bij elkaar zijn. Het is meer een presence. Alsof ze allebei in een kalmte zijn waarin hun lichamen op zoek zijn naar een gezamenlijke beweging. Een afstemmen. Hij maakt ruimte en blijft er staan, spreidt zijn armen alsof hij de ruimte bewaakt, alsof hij alles even bijeenhoudt om plaats te maken wat er met haar gebeurt, zonder haar hier alleen in te laten. Haar plek is allesbehalve gemakkelijk. De kracht vraagt of eist bijna iets van haar. Hij lijkt haar te eisen; neem je plek in, pak je ruimte; doe het nu! Een tegendruk maakt dat ze het niet zomaar kan doen, het heel langzaam gaat, vraagt een uiterste precisie; heel langzaam stijgen haar armen op naar een spanwijdte. Dan draaien deze zich open, vallen langs het lichaam naar beneden en halen de armen via de aarde iets op die ze in een beweging over zich heen legt, het oogt bijna als een doop of een zegening. Hij staat nog steeds op dezelfde plek. Een nieuwe ontmoeting. Er vindt een uitwisseling plaats. Van ontvangen en geven, van geven en ontvangen. Van openen en sluiten, van samenvallen en loskomen; er ontsluit zich een energie die ze in beweging brengt, ze allebei meeneemt in een eigen flow. Krachtig, gracieus en respectvol. Het is volbracht.

Vooraf weten zowel Peter als het publiek de titel niet van het schilderij waar we mee werken, het is mooi deze achteraf wel te delen en daarin nog een verdere exploratie te doen met het publiek, welke lading is ontstaan, kunnen we daar ook, naast de lichaamstaal, in taal betekenis aan geven?

Ook ik geef pas achteraf titels aan mijn schilderijen, die titels verbazen mij vaak zelf en omvatten de lading die het schilderij mij toont. In mijn atelier is tussen mij en het schilderij een proces geweest van ‘beeld maken’ en ‘betekenis laden’ naar ‘taal geven’. We bouwen hierop voort met het publiek, het laden van betekenis gebeurt ditmaal door de dans die we aangaan vanuit het schilderij en waar het publiek naar heeft mogen kijken. Hierop volgt de stap naar ‘taal geven’ ik start dit proces door de titel van het werk dat is gedanst te delen, deze keer “See me, free me”: zie mij, bevrijd mij.

Vanuit publiek:

Er werd zichtbaar dat het ging over in waarde laten. De ander uitnodigingen. Dat het belangrijk was dat het zo gebeurde. Een proces van afscheid nemen. Ik kan het alleen. Aftasting. Rouwverwerking en loslaten van pijn.

P: Ik was machteloos en kreeg ik het niet voor mekaar. Ik wilde van alles. Ik was heel afhankelijk van jou, gek genoeg. Ik was heel erg naar je aan het kijken. Ik wilde iets en het kwam niet, niet in het begin.

Ik kon in een keer voelen dat als je iets wil bij de ander, als je de ander wil helpen dat dat machteloos kan voelen. Dat kennen we allemaal wel. Toen ik mijn wil om jou te bevrijdden losliet, kon je meer komen. Dat vond ik een hele interessante; toen ik voor mezelf ging staan, kwam er meer ruimte voor jou.

A: In de dingen die ik hoor, komt in mij op ook, als mensen in nood zijn dat je er eigenlijk achteraan wil, erin wil. Ik zie de metafoor van een vlot, dat je jouw vlot kan verlaten en de zee in springt vanuit de intentie om de ander te redden. Maar als je op het vlot blijft, kan de ander naar jou toe komen, en kan je vanaf jouw veilige stabiele positie de ander vasthouden, ontmoeten. Dat is ook iets wat ik heb ervaren in mijn leven, als je in een zwaarte zit is het fijn als dat gezien wordt, maar het moet niet verholpen worden. Het moet bestaansrecht krijgen.

Vanuit publiek: Peter wist jij niet de titel van het schilderij?

P: Nee. Ja, dat is eigenlijk een ongeschreven regel. De allereerste keer dat we dat deden wist ik het niet en toen onthulde ze de titel en dacht ik ja dat is precies wat het was. Nu net ook hoor. In die zin is dat altijd mooi. Via zo’n schilderij kom je tot een gesprek, in dit geval over vrijheid en opgesloten zijn in een relatie. Het werken vanuit het schilderij en de dans is ook een manier om in de precisie en de gelaagdheid en kleurschakeringen van zo’n thema te blijven. Als je over een dergelijk thema spreekt dan wordt het meteen bijna hard in wat je erover te zeggen hebt. Op deze manier kan je aftastend en preciezer kijken. Dat is geloof ik waarom ik enthousiast word van dit type werk. 

Een nieuwe ruimte

Een ander voorbeeld van een manier waarop ik ruimte probeer te maken voor dat wat in eerste instantie moeilijk ontmoet kan worden vindt plaats tijdens mijn een tekenles die ik geef als docent aan de HKU. Het gebeurt tijdens een les met eerstejaars studenten. We zitten op de grond. Mijn studenten en ik. We bespreken gemaakte studies die in dummy’s te zien zijn en op de grond liggen. We reflecteren op wat er is te zien in de tekeningen. En in dat moment breekt een student van mij. Ze vertelt met tranen die rollen over haar wangen dat ze het zo moeilijk vindt om al die goede werken te zien van anderen. En dat het haarzelf niet lukt. Direct komen er klasgenoten op haar af om haar te troosten. Ik vraag of ze bij haar willen blijven, zonder haar te stutten, zonder haar vast te houden om de tranen te stoppen. Ik vraag ze naast haar aanwezig te blijven en ik zeg tegen haar: “Huil deze tranen, gun het jezelf even hier te zijn, ondanks het ongemak, zodat je via je tranen op een nieuwe plek aan kan komen in jezelf. Ik hoor en ik zie je en ik zal het niet voor je wegnemen omdat het zich dan vastzet en het zo belangrijk is om hier doorheen te gaan.” Met stille rustige tranen huilt ze verder. De twee klasgenoten achter haar en ik vlakbij haar. Ik praat verder met de andere studenten zittend op de grond. Ik kijk af en toe heel bewust naar haar hoe het gaat. Ze oogt helder en rustig. We zijn aanwezig bij haar en we namen onze eigen ruimte. Het voelt als een heel belangrijk moment voor iedereen. En zij arriveerde in een nieuwe ruimte in zichzelf.

De Verbeelding Spreekt maakt deze plek ook mogelijk. Het schilderij wordt een belichaamd verhaal waarmee het publiek kan resoneren. Elke keer wanneer Peter en ik op deze manier hebben gewerkt zijn mensen diep in hun wezen aangeraakt. Waarom draagt dit bij aan de goede wereld? Ik geloof oprecht dat de kunsten en creatieve processen een manier kunnen zijn om dit aan te wakkeren; het uithouden in ongemak en hier met elkaar in présence blijven, het ontmoeten van diepere lagen in onszelf, kennis op een andere manier ontsluiten dan de cognitieve route zodat we meer zicht krijgen op de onderstroom, bezieling en wijsheid die er in ons huist. En daarin hebben we elkaar hard nodig, hart nodig. De wereld heeft het hart nodig.

 

 

Reacties