Beschaving als gepolijst of gescherpt vakmanschapsproduct?

Is deel van: Ten geleide

Beschaving als gepolijst of als scherp vakmanschapsproduct?

Het Arabische woord voor beschaving (thaqâfa) gaat terug op een veel oudere betekenis[1]: die van het scherpen van de kling van een zwaard of van het lemmet van een mes. Dat was dan ook een ambachtelijk beroep (thaqafî): de scherper van klingen en lemmeten.
In de moderniteit betekent het hele werkwoord thaqafa ‘beschaven’, ‘onderwijzen’. Het beroep heet nu onderwijzer (in mijn woordenboek staat ook nog ‘beschaver’). Van thaqâfa is ook afgeleid thaqîfi, wat leerzaam en vormend betekent. De muthaqqaf is degene die gescherpt wordt (volgens de oude betekenis), beschaafd is (volgens de moderne betekenis): de intellectueel, de geleerde.

Er is grappig genoeg nog wel iets van die relatie tussen het oude vakmanschap van het scherpen in het hedendaagse woordenboek terug te vinden: het afgeleide werkwoord thâqafa betekent schermen; de vechtsport met de sabel, degen of floret (en soms zwaard). En thaqîf betekent vakkundig.

Volgens Van Keken (1979) komt het woord beschaving op z’n vroegst in 1650 in Nederlandstalige teksten voor, als ‘polijt, net’, maar ook ‘gladt en ‘ghesleepen’. Het gaat om het ‘niet meer ruw’ zijn. Beschaving is letterlijk terug te voeren op bescaven = afschaven, afkrabben. Pas in de 18e eeuw krijgt ‘beschaafd’ steeds meer betekenissen: beschaafde taal, welsprekend; beschaafd opgevoed, deftig opgevoed; een beschaafd persoon, een beleeft persoon; beschaafd van manieren, cierlijk gemaakt” (Nieuw Woordenboek der Nederlantsche en Latijnse Tale uit 1704, in Van Keken, 1979). Deze figuurlijke betekenissen lijken overigens in het Nederlands te zijn doorgedrongen vanuit het Frans: als ‘poli’ en ‘politesse’. Natuurlijk zijn ook het Nederlandse woord ‘beschaving’ en het Franse ‘politesse’ semantische extensies van het vroegere vakmanschap: in dit geval van het gladmaken, het politoeren.

Er zijn, maar dit vraagt om meer studie om preciezer te kunnen zijn, twee verschillen aan te wijzen tussen de herkomst van het Frans/Nederlandse ‘politesse’ en het Arabische ‘thaqâfa’. In de eerste plaats is er het verschil tussen glad maken en scherp maken. Voor het scherp maken van klingen en lemmeten was het, begrijp ik, belangrijk dat het metaal van het zwaard in een bepaalde mate nog ruw, korrelig was. En dat het juist níet helemaal glad was. Dat kwam namelijk de flexibiliteit van het wapen ten goede.

En in de tweede plaats is de vakmanschapscontext verschillend, namelijk het polijsten betrof allerlei materialen, bijvoorbeeld marmer, spiegels of hout. Terwijl het scherp maken alleen klingen of lemmeten van wapens betrof, wat in het teken stond van een succesvolle krijgskunst. Daarbij stond er veel op het spel! Het scherp maken speelde zich af in een meer van symboliek doordrenkte context dan het polijsten: namelijk die van de heroïek; van leven of dood; en die waarin zwaarden en andere wapens eigen namen hadden en mythische krachten toegedicht kregen, etc.

Overeenkomstig hebben zowel het vakmanschap van het polijsten, als dat van het scherpen, dat de vakpersoon om vakpersoon te worden een heel bekwamingsproces van gezel tot meester moest gaan. Het doorlopen van die stadia van vakmanschap en het werken met het materiaal onder het toezicht en met onderricht van de meester is op in elk geval tweeërlei wijzen vormend te noemen. In het bekwamingsproces kwam je enerzijds jezelf tegen (sociale status; discipline; secuur leren werken; missers maken, etc.); anderzijds leerde je niet alleen het materiaal vormen, maar het materiaal vormde ook jouw lichaam en daarmee jouw capaciteiten. Het was een hardend ontwikkelproces, dat om veel doorzettingsvermogen en discipline vroeg om alle kneepjes van het vak van polijster of scherper van de meester te leren, in de groep medeleerlingen; in de loop van het proces richting meesterschap groeide je sociale en economische positie.

In de wereld van nu spreekt mij de symboliek van de Arabische versie van het vroegere beschavingsvakmanschap het meest aan: het scherp maken van de kling en het lemmet. Dit vormingsproces staat dieper in contact met de korreligheden van het leven, met leven en dood, met de ruwte en de schaduwzijden van ieder mens; waarmee je moet werken om de kling te kunnen scherpen, vormen. De kling is daarbij de metafoor voor de hele mens, die, om flexibel te kunnen omgaan met al wat zich voordoet in de wereld, óók korreligheid nodig heeft. Het werken met de korrelige ruwte is een zaak van scherper worden - alert zijn, in de ogen zien wat er gebeurt, daarvan getuigen en indien mogelijk: daarnaar handelen -, niet van gladder en geslepen worden – perfectioneren, wegpoetsen van de schaduwkanten, wegkijken, ontkennen.

Bart (van Rosmalen) spreekt in zijn bijdrage over zijn gevoel van bevreemding om ten tijde van een net nieuwe, losgebarsten oorlog een Musework Live Festival 2022 met elkaar te gaan vieren, en benoemt het dunne laagje beschaving. Daarbij gaat het voor mij zowel om een onvoltooide vakmanschapsopleiding, als om een kling waarvoor je je wel hoedt om daarmee de strijd aan te gaan. Dat is zoiets als roepen: “eindelijk zijn het christelijke vluchtelingen met blond haar en blauwe ogen.” Nee, beschaving van de hele mens is volgens mij een langdurig, aanscherpend proces dat de ogen opent voor alles waarmee de wereld een appel op ons doet, waar we in kunnen leren handelen vanuit vrijheid.

 

 

Gebruikte literatuur:

Van Keken, H. (1979). De sociogenese van de begrippen beschaafd en beschaving, Amsterdam

 

[1] Met dank aan mijn dierbare vriend Ali Kurda Rashid, die me hierop wees

Reacties