festival als pedagogische enscenering

Op de vrijdag, de laatste dag van het festival Musework Live, staat in mijn rooster al maanden vast dat ik les zal moeten geven aan de Master Crossover creativity. De laatste dag zelfs van zes over het jaar verspreide lesdagen. Lesroosters zijn onbuigzaam is mijn ervaring, ze weten van geen wijken en dus ben ik jammer genoeg niet beschikbaar voor het festival die dag. Of misschien toch? Kan ik van de nood een deugd maken en de lesdag onderdeel maken van het festival?

Twee maanden van tevoren, op de voorlaatste lesdag stel ik de studenten voor om die afsluitende dag een ‘dag van manifestatie’ te maken. Kan je het onderzoek waar je aan werkt in de vorm van work in progress openbaar delen’? Met wie ga je de samenwerking aan om een interessante sessie met meerdere invalshoeken en manieren van werken te maken? In wisselende combinaties experimenteren de studenten met inhoud en vorm op elkaar: kijken of het klikt, of het werkt en er animo bij de anderen ontstaat. Er ontstaan een stuk of acht aanzetten voor programma’s. Voor de uitwerking geef ik ze nog een paar vragen mee zoals: wie zijn voor jouw workshop relevante deelnemers en ‘hoe organiseer je de interactie met die deelnemers, vooraf, tijdens en achteraf’?

Op diezelfde vrijdag staat ook al maanden een bijeenkomst van de onderzoekgroep Normatieve Professionalisering, rondom Harry Kunneman, waar ik normaal gesproken met veel plezier aan bijdraag. Maar ik kan dus niet vanwege die Master en nu al helemaal niet vanwege het festival. Wat onmogelijk is dat toch soms met al die agendaproblemen! Of zou ik deze groep misschien ook kunnen uitdagen om in het festival te verschijnen? Peter Rombouts met wie ik het festival samen organiseer zit er tenslotte ook in en ook hem zou het goed uitkomen. De aanmoediging wordt opgepakt en via Peter neemt Harry de andere leden mee in een wervende mail waarin hij bovendien thematisch aansluit bij de key-note van het festival door Gert Biesta. Het aftellen is begonnen en in de week voorafgaand zie ik steeds preciezere draaiboeken en vraagstellingen voorbijkomen.                  

 

Dan breekt de bewuste vrijdag aan. Vroeg in de ochtend ontmoet ik de studenten in de Zoom vlak voordat ze losgaan. Het is zo’n moment in de kleedkamer vlak voordat de voorstelling begint. Hoe zal het zijn? Hoe zal het werken? Spanning en hilariteit alom. Ze hebben evenveel zin om zich erin te storten als om er op het laatste moment toch maar van af te zien. Het klinkt en voelt goed. Daar gaan ze en ik laat ze gaan. Zelf duik ik in de voorbereiding van het slotjournaal en in een vraag die Harry Kunneman me heeft gesteld voor een bijdrage aan de onderzoekgroep die middag. Kan ik een verbinding leggen tussen het heel eigen vocabulaire dat Gert Biesta aandraagt om naar onderwijs te kijken en een concreet repertoire van werken vanuit een muzisch perspectief?   

 

Al puzzelend komt een voorbereidend gesprek met Biesta in mijn herinnering. Het gaat daarin zoals vaker in zijn werk om het volwassen in de wereld verschijnen, om de dialoog met de wereld aan te gaan, om gevoelig te worden voor wat de wereld van je vraagt. En dan niet terugdeinzen, maar ook niet vooruit stormen maar in dat midden staande blijven. Op enig moment zegt Biesta dat we moeten oppassen hiervan niet zomaar een pedagogie of didactiek moeten maken of het als het ‘vak persoonsvorming’ op het curriculum te zetten. Dat is het juist niet. Biesta zegt liever te spreken over ‘pedagogische, didactische en curriculaire ensceneringen’. Dat woord pedagogische enscenering blijft sindsdien in mijn hoofd terugkomen. Een enscenering zegt niet wát er precies moet gebeuren, een enscenering schept een ruimte waarin iets kán gebeuren, een ruimte die niet vrijblijvend is maar wel vrij, een setting die mogelijk maakt, een mogelijkheidsvoorwaarde. Zou het wonderlijke verloop van deze dag waarin zowel een lesdag als een geplande onderzoekgroep ineens deel gaan uitmaken van een festival misschien een pedagogische enscenering kunnen zijn? Dat vraag ik mij af. Zitten mijn studenten, de onderzoekers op ditzelfde moment misschien ‘in’ een pedagogische enscenering die is ontstaan door die samenloop van omstandigheden waar iets mee moest? De overeenkomst tussen studenten, onderzoekers en mijzelf is dat we allemaal een stap naar voren hebben gezet in de richting waar het onbekend wordt. Dat we ons daar willens en wetens voor open stellen, ook al is het eng en onzeker wat de uitkomst ervan is. ‘Maak iets voor het festival’ is een uitdaging waar strikte spelregels bij mee komen: er moet een synopsis komen, publiek geworven worden en een verloop zijn als in een draaiboek. Maar tegelijkertijd is er vrijheid om dat wel of niet op je te nemen. Aan het eind van zijn keynote merkte Biesta op liever over vrijheid dan over verantwoordelijkheid te spreken, maar dan graag over een vrijheid die je op je neemt. Een vrijheid die je aangaat. Zou dat vandaag gaande zijn? Dat we in al onze verschillende rollen de vrijheid op ons nemen in deze nieuwe situatie er iets van te maken? Mijn interventie ‘maak iets voor het festival’ zou ik nu dus heel chique kunnen uitleggen als het scheppen van een pedagogische enscenering. Maar wat eraan opvalt is het rommelige en toevallige karakter, het impulsieve van het volgen van een plotselinge inval, als een kat in het nauw die vreemde sprongen maakt. En juist dat onaffe niet gepolijste levert, ik ben benieuwd wat de studenten daar straks over zeggen, een nieuwe ruimte op. Op de vraag van Harry naar repertoire dat we in verband kunnen brengen met het vocabulaire van Biesta zou ik zeggen dat het in dit voorbeeld juist gaat om door het repertoire heen breken, uit de gewoonte stappen, het onverwachte doen, de improvisatie kortom. In dat onzekere moment waar je de zaken niet meer in de hand hebt ontstaat ontvankelijkheid voor wat Biesta ‘in dialoog zijn met wat de wereld van je vraagt’.  

 

NB- Gert Biesta stelt op maandagavond voor om dat ‘maken’ waar we de hele tijd over spreken en waar hij dus teveel ‘actorschap’ in hoort, in de trant van ‘we maken het’ en we fiksen het, we krijgen het voor elkaar, ons voorstelt om dat eens een paar maanden te vervangen door het werkwoord ‘ontvangen’.  Daarmee betrap ik mijzelf dus met het zinnetje ‘maak iets voor het festival’. Want wat er in feite gebeurt is anders ‘ontvang iets van of door het festival’.

Dus ook de vraag van Harry naar repertoire dat past bij vocabulaire begrijp ik nu als ‘repertoire dat voorwaarden schept voor ontvankelijkheid’. Ik heb iets aan dat woord enscenering.

  • Ik kan accepteren dat ik niet alles in de hand heb. Geeft dat een plek. (mijn actorschap relativeren). EN het zet mij er in! Dubbel dus.  
  • Ik weet niet van tevoren hoe het afloopt. (nieuwsgierigheid in uithouden)
  • Theatrale aspect ervan. Ik kan ernaar kijken. Iets voor me zien. dus wat muzische distantie nemen. De vrijheid op je nemen. De vrijheid van het spel In het lectoraat waar ik aan verbonden ben als lector zeggen we vaak de zinsnede ‘jezelf op het spel zetten’. Iets op het spel zetten betekent het risico nemen dat je het verliest. VVVVWat is het risico als je ‘jezelf’ op het spel zet? Dat is dan dus dat je jezelf verliest. Maar is dat wel ‘jezelf

 

In een enscenering wordt iets ten tonele gevoerd zoals in het Franse ‘mise en scene’. De personages worden op hun plek in de scene gezet en het spel kan beginnen. Als ik met studenten werk gebruik ik vaak de zinsnede ‘jezelf op het spel zetten’.

(((Wie is die ‘jezelf’ die op het spel gezet wordt?)))  

  • We laten onszelf zien. zijn zelf dat personage dat de dialoog aangaat. Zichtbaar wordt
  • EN we zijn het niet helemaal ‘zelf’ want het is ook een enscenering waar we deel van uitmaken

Onderscheiden en verbinden

Zowel jezelf laten zien EN dat tegelijkertijd een beetje overstijgen). Daar draagt de theatrale turn aan bij. Als je jezelf op het spel zet ben je voor een stukje niet meer jezelf bent ,maar een speler/ personage. Dat maakt ruimte. En het is eng. Je loop jet risico om jezelf te verliezen en voor een stukje is dat nu juist precies de bedoeling

In het engels is het putting yourself on the line- (dank rombouts)- grensgangers/ rollen op de rand

 

Op de timer van zoom zie ik dat de laatste seconden wegtikken totdat het 15.00 is, het moment waarop ik wordt terugverwacht bij de studenten om hun verhalen te horen. Ik klik op de andere link en daar zijn ze:   

  • Blij dat dit ook in de les zit zeggen ze.
  • Werking dat het een heus ‘festival’ is. Alsof je op tv komt. (gevoel van openbaar optreden). De zenuwachtigheid ook.   
  • Allemaal nieuwe vragen waar je anders nooit mee te maken hebt: hoe lang onderdelen duren (tijd gaat zo anders dan je denkt- beslissingen ivm andere opkomst direct op dat moment (het nu), hoe je de interactie met publiek inricht, hoe je publiek werft.    
  • Onverwachte samenwerking. Kwam toevallig zo uit. Zouden nooit actieve keuze in hebben gemaakt. Maar werkte en groeide naar elkaar toe.

Ze vragen of de zoom nog even open kan blijven. zetten muziek op en praten na. ik ga intussen verder met de voorbereiding van het laatste journaal.

Reacties