ZOOM ALS THEATER

Is deel van: publicaties

Voorjaar 2020, als we om Covid19 te ontlopen allemaal digitaal gaan, werkt Bart van Rosmalen (lector HKU) aan het festival Musework Live dat moet transformeren tot een online -festival, maakt hij deel uit van een tijdelijke onderzoekgroep creatieve werkvormen samen met Hogeschool Utrecht en Vilans (kennisinstituut ouderenzorg) en geeft hij een inspiratie sessie ‘meer halen uit beeldbelsessies’ bij Movisie (kennisinstituut zorg en welzijn). In het artikel ‘Zoom als Theater’ neemt van Rosmalen ons mee in een aantal ervaringen en inzichten.

Zo dat was dat, het werk zit erop. Ik klap mijn laptop dicht en meteen weer open om daarop eindelijk weer eens een film te kijken. De dag was gevuld met het ene beeldoverleg na het andere. De film is nog maar nauwelijks begonnen of ik krijg een appje: ‘je komt zo toch ook?’ Hemel! Totaal de avondvergadering vergeten die er ook nog stond. Diepe zucht. Ik kan dat film kijken wel schudden. Alsnog een paar minuten te vroeg (!) log ik in. Tot mijn verrassing hoor ik muziek terwijl het ene na het andere schermpje van mijn mede- deelnemers aangaat. Repetitief en sferisch klinkt het. Ruimtelijk met een alsmaar doorgaande beweging. Waar kom ik in binnen? Het is alsof ik op een vakantie een kerk binnen stap en dat dan onverwacht het orgel begint te spelen. De klank omringt mij aan alle kanten. Het is alsof ik als passant op straat plotseling in een groep bruiloftsgasten opga en er rijst wordt gestrooid terwijl het bruiloftspaar net getrouwd naar buiten komt. Stralend lachen ze hun nieuwe leven tegemoet. Zonder dat ik er iets aan kan doen tilt de muziek mij even op. Ineens ben ik ‘vol verwachting’ al weet ik nog niet waarnaar. Ik kijk uit naar wat er komen gaat zoals naar een film die begint. Is dit dan toch een film?

Precies op het afgesproken tijdstip neemt een man het woord. Hij nodigt elk van de anderen uit iets te zeggen. Ik kijk naar de gezichten die één voor één verschijnen. Eerst denk ik nog ‘opschieten nu’ en herinner ik me dat ik een ander verlangen had. Maar de wonderlijke mengeling van authentieke ontvankelijkheid en vastberadenheid op het gezicht van de man houdt me vast. Hij geeft niet alleen het woord, hij luistert aandachtig én hij zet door! Zijn ‘close up’ intrigeert. Hoe gaat dit verder? Ondertussen is er een visuele reis begonnen waarin elk van de personages verschijnt in een unieke setting en lichtval van interieurs, balkenplafonds, schilderijen aan muren, persoonlijke spullen op tafels, passerende huisgenoten, honden en poezen, doorkijkjes naar veranda’s, ramen met uitzichten op straten, tuinen en verten. Ik laat mij meeslepen. Fascinerend!         

 

Later ben ik zelf aan de beurt om een introductie te geven over de klassieke retorica: de kunst van het overtuigend spreken. In de stilte van mijn huiskamer hoor ik de stem van een voice-over (is dat de mijne?) de woorden in het scherm naderen en er weer afstand van nemen. Een oud gevoel komt boven. Ik werkte bij de radio. We zonden live uit vanuit een kelder. Ik zat daar, op de technicus na, helemaal alleen, wetend dat ik de luisteraars bereik. Alleen én in verbinding! Zo spreek ik nu ook. Als een voice-over in een film waar ik tegelijkertijd in opga. Daarna kom ik mensen tegen in duo rooms. Korte intense dialoog- scenes. Wat intiem is dat. En er is de urgentie van tijdsdruk om iets af te maken. Alsof er straks een oploop op het plein zou zijn waarbij we allemaal zullen tonen wat we hebben. Het jaarlijkse feest of een processie die aanstaande is…..

 

Achteraf bezien was het een goede sessie, die avond, maar geen uitzonderlijke. Er kon van alles beter. Maar dat ene moment aan het begin, dat met de muziek, deed het hem: een beeldvergadering laat zich vergelijken met film en theater. Dat laat me sindsdien niet meer los. Ik ben dat kortweg ‘zoom als theater’ gaan noemen. Het wakkert de ontwerper in mij aan. Wat is de cast? Wat voor tekst hebben de personages? Welke scenes zijn er en wat is het dramaturgische verloop van spanning en ontspanning? Door dat ‘zoom als theater’ schiet mij een stukje tekst van Shakespeare te binnen dat ik ooit tegenkwam in een boek van Sennet (the fall of public man). In het stuk ‘as you like it’ vergelijkt Shakespeare de wereld met een schouwtoneel. De mensen worden daarop de spelers die een verscheidenheid aan rollen vervullen. Zo zie ik ook de beeldvergadering. Het gaat zo:

All the world’s a stage

An all the men and women merely players

They have their exits and entrances

And one man in his time plays many parts

 

Nu, een paar maanden verder, is dit een eerste moment om een aantal inzichten uit ‘zoom als theater’ te delen. Het zijn er negen:  

Eigenheid van personages uitvergroten. Voor mij gaat het er voor alles om dat mensen aanwezig raken in een sessie. Aanwezig zijn met iets dat eigen is en niet algemeen. Dus ‘hoe gaat het’, ‘ja gaat wel, best druk’, ‘ik ook, hoop te doen’ ten alle tijden vermijden! Dat zegt online nog minder dan ‘live’. Liever maak ik variaties op vragen als ‘waar zit je’? ‘wat hoop je’ ‘wat was het mooiste moment’, ‘waar ben je woest over’? Dan krijgen personages kleur. Hoe meer onderscheid hoe beter. Fijn trouwens van die naambordjes. Dan ka ik ze aanspreken.  

 

De chat als spreekbuis. Ik begin soms met ‘op welke vraag wil je in deze sessie het antwoord vinden?’ en zeg er achteraan ‘schrijf dat even op in de chat’. Het wordt stil. Iedereen schrijft en de een na de ander poppen kleine tekstjes op die door iedereen gelezen kunnen worden. Gaandeweg zeg ik er hardop doorheen wat ik lees. Alle personages worden zichtbaar met een eigen streven. In theater heet dat de ‘expositie’. We maken kennis met de characters. Een groot voordeel van de chat is de openbaarheid. Men zit niet in zijn eigen aantekeningen te neuzen, maar het is out in the open. Naar die openbaarheid verwijst Shakespeare met zijn ‘all the world’s a stage’.     

 

Innerlijk publiek Hoe spreek ik als ik zelf een introductie geef? Het is alsof ik op het toneel sta in fel lamplicht. Ik kan het publiek nauwelijks zien en al helemaal niet de reacties. Wat te doen?

Ik bent aangewezen op inbeelding en op innerlijk verbinden met een denkbeeldig publiek. Gezien worden en de waardering voor wat ik doe zal ik uit mezelf moeten halen. Dat is even wennen maar goed te leren. En gek genoeg ga ik er gaandeweg nog van houden ook: niet afgeleid worden door al die reacties!

 

Intimiteit. Het idee dat ik vlakbij de mensen in hun laptop kan komen vind ik spannend. Wat laat ik zien via een shared screen? Welke beelden, welke woorden? Dat is toch wel even wat anders dan een powerpoint van verre in een zaaltje! ‘In’ die intieme cirkel van aandacht kunnen komen. En als ze een koptelefoon ophebben kan ik ze nog in hun oren fluisteren ook. Dat zou ik in een gewone vergadering wel uit mijn hoofd laten. Mogelijkheden dus! Wordt de ontwerper al wakker in jou lezer?   

 

Koor en scenes. In oude theatervormen is er de afwisseling tussen de scenes waarin het verhaal zich ontvouwt en het koor dat een beschouwing geeft over het geheel. Zo is het met heen en weer bewegen tussen break out rooms (de scenes), en plenair (het koor), ook. Dat ritme moet goed zitten. Dan komt er een flow in het geheel. Daarbij ben ik gaan houden van de disciplinering waarin deelnemers in en uit break-out rooms gekegeld worden. Geen gesleur en gezeur meer bij koffieautomaten en uitlopende gesprekken.

 

Filmmuziek. Van film is bekend dat muziek de beleving kleurt. Gruwel of vertedering worden pas definitief door de muziek. Zou met muzikale omlijsting en inkleuring niet veel meer te doen zijn in een beeldvergadering: intermezzo’s, een zachte begeleiding of juist een contrapunt? Ik kijk of ik er iemand van de deelnemers op kan zetten die dat met een snoertje kan invoegen want door de microfoon van je computer wordt het blikkerig.   

 

Ik en de ander. Zelf zet ik graag gallery-view aan. Dan zie ik het hele schaakbord aan vakjes. Mijzelf zien als onderdeel van de groep doet iets.  In een live vergadering kom ik snel in strijdstand en oppositie. Nu, samen met de anderen, is dat anders. Wilde gebaren worden rustiger, want het ziet er niet uit dat opgewonden gedoe. En het bevrijdend inzicht is dat ik het niet allemaal alleen hoef te doen

 

Thuis zijn. Normaal laat ik huis en haard achter als ik naar mijn werk ga. Maar in een beeldvergadering ben ik thuis: mijn kleurpotloden, mijn favoriete koffie, de aandenkens aan mijn grootouders, een verzameling veertjes of haaietanden, een yogamat, de piano, familie, huisdieren en ga zo maar door. Hoe kan ik die rijke omgeving die we allemaal meedragen benutten en combinaties maken van online en offline? Uit eindeloze mogelijkheden noem ik er twee. 1- mensen vragen ons mee te nemen naar een plek of object met geschiedenis in hun huis en de verbinding laten maken met de inhoud van de vergadering. 2- een maakopdracht geven. Van welke aard dan ook, maakopdrachten (schrijf even, zoek een beeld, maak iets) werken als een speer. Al heb je maar 5 minuten, de hele omgeving van het ’thuis zijn’ schakelt mee. Wat een krachtige voeding voor het gesprek kan dat zijn.   

 

Tenslotte. Goed beginnen en goed eindigen is belangrijk. Dan krijgt een sessie vorm. Ik zie het als een ritueel van instappen en weer loslaten. Omdat we niet fysiek bij elkaar zijn, geen handen schudden en niet van nabij groeten ligt daar een extra ontwerpopgave. Graag vraag ik een van de deelnemers om een licht poëtische slotbeschouwing zoals Nico Dijkshoorn dat altijd deed in de wereld draait door. Telkens weer ben ik verrast over het effect. Of ik stel voor een slotbeeld met handen of gebaren te maken in gallery-view. Of ik bedenk iets anders, maar het maken van een ‘tenslotte’ doet ertoe en werkt.     

 

De deelnemers worden teruggekegeld uit hun break-out rooms en de voice-over (is dat mijn stem…?) leidt een kort nagesprek. Inmiddels ben ik helemaal in deze film opgegaan. De laatste 10 minuten zie ik elke seconde wegtikken. Hoe mooi laat de tijd die verstrijkt zich ervaren in Zoom! Opnieuw komt mijn radioverleden terug. Ik weet precies hoeveel mensen nog kunnen spreken en hoe dat ritme naar het einde gaat. Dan is er nog twee minuten over. Nu zou de slottune moeten komen zeg ik hardop. En als een wonder klinkt op hetzelfde moment door de speaker: ‘Always look at the bright side of life’. De collega van de begintune had dezelfde gedachte en dezelfde timing. Het feestje kan niet meer stuk. Ik klap mijn laptop dicht. Een film hoef ik niet meer te zien.

Bart van Rosmalen   

Reacties